Reglement Volleybal

Artikel 1
De wedstrijden worden gespeeld volgens een door de toernooicommissie vastgesteld wedstrijdschema en hebben steeds een maximum tijdsduur.
Afwijking van het wedstrijdschema is voorbehouden aan het wedstrijdsecretariaat. Het is aan de deelnemende teams NIET toegestaan om onderling en op andere tijden dan vastgesteld in het wedstrijdschema de wedstrijden te spelen.
De teams zijn ingedeeld in klassen. De indeling hiervan is mede bepaald door de uitslagen van het vorige N.S.G.-sporttoernooi.

Artikel 2
Het te dragen schoeisel van elke speler moet licht en soepel zijn, met zolen van rubber of leer en zonder hakken en/of noppen.
Indien bij aanvang van een wedstrijd een speler(ster) niet het voorgeschreven schoeisel draagt, kan hij/zij niet aan de wedstrijd deelnemen.

Artikel 3
Elk team mag de bal ten hoogste drie maal raken alvorens deze over het net terug te spelen, het aanraken door het blok telt hierbij niet mee. De bal mag niet met de voet /been gespeelt worden, de verder lichaamsdelen zijn wel toegestaan.  Elk team heeft recht in de eerste twee sets op 2 time-outs. De time-out kan niet meer plaatsvinden binnen 5 minuten voor het einde. In de een te spelen 3e set is geen time-out toegestaan.

Artikel 4

Men mag onbeperkt  indraaien, maar alleen op de opslagplaats. Uitzondering hierop is vervanging bij een blessure, nadat er toestemming van de scheidsrechter is.

Artikel 5

  • Bij aanvang van een wedstrijd begint de thuisspelende ploeg (ploeg die links in het wedstrijdschema staat vermeld) aan de linkerzijde van de scheidsrechter (er behoeft dus niet meer getost te worden)
  • De thuisspelende ploeg heeft de 1e opslag en levert ook een teller.
  • Alle wedstrijden beginnen gelijktijdig zodra het centrale beginsignaal is gegeven.
  • Elke wedstrijd eindigt als een team 2 sets heeft gewonnen (eindstand 2-0 of 2-1).
  • De 1e en de 2e set worden gewonnen door het team dat als eerste 25 punten behaalt, met een voorsprong van tenminste 2 punten. (Dus: bij gelijke stand van 24-24 gaat het spel door tot er een verschil van tenminste 2 punten is bereikt: 26-24, 27-25, enz.) De eventuele 3e set wordt gewonnen door het team dat als eerste 15 punten behaalt, eveneens met een voorsprong van tenminste 2 punten.
  • Voor aanvang van een 3e set dient er door de scheidsrechter getost te worden voor opslag of veldkeuze. De teams stellen zich op, zoals de tweede set is geëindigd. Indien één van beide teams in de 3e set de 8 punten heeft bereikt, dan wordt er van speelhelft gewisseld en het team wat de opslag had, die hervat de wedstrijd met de opslag.
  • Einde wedstrijd is het ook als het eindtijdsignaal wordt gegeven door het wedstrijdsecretariaat. Het eindsignaal betekent zonder meer einde wedstrijd, ook wanneer het valt tijdens een rally.
  • Bij wedstrijden waarbij een beslissing dient te vallen is, indien het tijdsignaal heeft geklonken, dit het einde van de wedstrijd. Mocht de stand op dat moment gelijk zijn (bekeken vanuit de gehele wedstrijd), waardoor er nog geen beslissing is gevallen, dan dient de scheidrechter opnieuw te tossen. De winnaar van deze toss mag bepalen of er wordt gekozen voor de opslag of de veldkeus; indien er daarna een punt wordt gescoord door een team, is de wedstrijd direct beëindigd en dan heeft dat team deze wedstrijd gewonnen.

Artikel 6
De verdeling van de wedstrijdpunten per wedstrijd is als volgt:

  1. Per gewonnen set krijgt het team dat set heeft gewonnen 2 punten;
  2. Eindigt de set in een gelijk spel dan krijgen beide teams 1 punt
  3. Voorbeeld;
  • Team A wint de 1e en 2e set, dit zijn 4 punten
  • Team A wint de 1e en 3e set, dit zijn 4 punten. Team B wint de 2e set en krijgt hiervoor 2 punten.
  • Team A wint de 1e set, Team B de 2e Set en de 3e set eindigt gelijk. Beide teams krijgen 3 punten.
  • Team A wint de 1e set en de 2e set eindigt gelijk. Team A krijgt 3 punten en team B krijgt 1 punt.

Artikel 7
De eindstand in elke klasse wordt achtereenvolgens bepaald door :

  1. Aantal wedstrijdpunten
  2. Puntensaldo
  3. Onderling puntensaldo
  4. Onderling wedstrijdsaldo
  5. Onderling setsaldo
  6. Setsaldo
  7. Punten vóór
  8. In de uitzonderlijke situatie dat twee teams nog steeds gelijk staan, beslist het lot

Artikel 8
Beslissingen van de scheidsrechters zijn bindend. Alleen de aanvoerder van een team kan de scheidsrechter vragen om opheldering over een beslissing. Protesten kunnen niet worden ingediend.

Artikel 9
Per klasse is een Fair-Play cup beschikbaar. Hiertoe geven de scheidsrechters na afloop van elke wedstrijd hun cijferoordeel (0 t/m 10) over beide teams via het wedstrijdformulier door aan het wedstrijdsecretariaat.

Artikel 10
Het eventueel opleggen van een sanctie aan een speler, die door de scheidsrechter uit het veld is gestuurd, is voorbehouden aan het wedstrijdsecretariaat. Wangedrag van een of meerdere speler(s) en/of team(s) kan leiden tot uitsluiting van verdere deelname aan het toernooi.

Artikel 11
Na afloop van de wedstrijd vult de scheidsrechter het wedstrijdformulier in (uitslag, punten Fair-Play cup en eventuele bijzonderheden zoals een maatregel wegens wangedrag), laat dit door de beide aanvoerders ondertekenen en levert het formulier in bij het wedstrijdsecretariaat.

Artikel 12
In alle gevallen waarin de NeVoBo-spelregels en dit reglement niet voorzien, beslist het wedstrijdsecretariaat.